Wat is Schoonrijden
Bekijk hier de wedstrijdkalender met uitslagen.
Schoonrijden ontstond rond 1875 en is één van de oudste vormen van het
schaatsenrijden in ons land. Het wordt al veel langer beoefend dan het kunstrijden;
verder vormt het de basis van het hardrijden!
Men kan schoonrijden omschrijven als "het op een sierlijke wijze
uitvoeren van de perfecte schaatsslag, afwisselend gereden op de buiten-
en de binnenkant van een, licht gebogen, breed schaatsijzer met een geheel
vlakke onderkant". Het zijn vooral die originele, oude klederdrachten,
waardoor het schoonrijden de laatste jaren bij een breder publiek bekendheid
geniet. De Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS) heeft de laatste
jaren een showgroep, die in binnen- en buitenland optredens verzorgd.
Holland promotion in optima forma.
Bakermat
Volgens velen ligt de bakermat van het schoonrijden in de kop van
Noord-Holland. In het jubileumboek van de KNSB, dat ter gelegenheid van
het 100-jarig bestaan verscheen, wordt gewag gemaakt van wedstrijden in
het schoonrijden op de Keizersgracht in Amsterdam op 16 december 1879.
In hetzelfde jaar meldden zich 36 heren en 16 dames voor een wedstrijd
in het "sierlijk schaatsenrijden" in het Vondelpark.
Als de (K)NSB in 1882 wordt opgericht, is het niet meer dan logisch dat
ook het schoonrijden onder de termen van de bond valt. Zelf willen de
eerste bestuurders in hun contact met de jonge Engelse bond in het wederzijdse
wedstrijdreglement opnemen, dat van tijd tot tijd hard- en schoonrijderijen
op schaatsen zullen worden gehouden. In 1891 wordt een commissie benoemd
om iets aan de reglementering te doen. In 1902 wint mej. T.J. Siemens
in Zwolle de eerste titelstrijd, toen nog alleen voor dames. Vier jaar
later zijn in Deventer ook de heren aan de beurt. In 1942 worden de paren
aan het NK-schoonrijprogramma toegevoegd .
Schoonrijschaatsen
Eertijds werden schoonrijschaatsen, vaak op bestelling, geproduceerd
door een aantal kleine schaatsfabrieken. als bekende namen van gerenommeerde
fabrikaten schoonrijders zijn ondermeer te noemen: Hoekstra, Pel, Ruiter,
Stam. Sinds de opkomst van het kunstrijden is de belangstelling voor het
schoonrijden, ten onrechte, nogal achtergebleven. Ook de economische ontwikkeling
speelde daarbij een rol. alleen het maken van grote aantallen schaatsen
was economisch nog aantrekkelijk. Het gevolg van dit alles was dat de
commerciële produktie van schoonrijders werd gestaakt. Thans worden deze
schaatsen, alleen bij wijze van hobby, nog gemaakt door een enkele vaardige
metaalbewerker die zelf deze sport beoefent. Zo hebben de schaatsen van
de heer W. Wielaard uit Apeldoorn (de "Wielaards") in de schoonrijgelederen
in de loop der jaren reeds naam gemaakt. Schoonrijschaatsen hebben, evenals
de hardrijschaatsen (noren) een rechthoekig slijpprofiel. Het schaatsijzer
is echter aanzienlijk breder en daardoor drukt de schaats, ondanks zijn
kromming, slechts zeer weinig in het ijs. De schoonrijschaats "loopt"
hierdoor heel licht. Maar ook de schaatsstreek van het schoonrijden en
het rijden op noren is exact dezelfde, afwisselend over de buiten- en
de binnenkant van de schaats. Schoonrijden geeft daarbij, door de betere
wendbaarheid van de schaats een unieke oefenmogelijkheid voor het hardrijden.
Drie categorieën
Het schoonrijden kent drie categorieën: de C-categorie voor beginners
en de B- en A-categorie voor de meer gevorderden, waarbij de laatste groep
de belangrijkste is. Een rijder of rijdster kan naar de A-categorie promoveren
door twee keer een wedstrijd in de B-groep te winnen of door zestien punten
en één wedstrijdzege te behalen.
De wedstrijden vinden plaats op twee rechte banen van elk 100 meter,
tegen elkaar aangelegd en gescheiden door een sneeuwrand of blokjes. De
banen dienen tenminste 10 meter breed te zijn, waar mogelijk 12 meter.
Aan het einde is er een keerpunt met een straal gelijk aan de baanbreedte.
De baan -de ene heen en de ander terug- wordt door de rijders zodanig
afgelegd dat zij als regel voor de wind beginnen. Op de kunstijsbaan is
voor een dubbele baan geen mogelijkheid. Men rijdt daar dezelfde baan
heen en terug.
Schoonrijden lijkt op het eerste gezicht gemakkelijker dan het is. Het
afzetbeen dient rechtstreeks en soepel bij het rijdende been te worden
gehaald en daarmede evenwijdig te worden gehouden, ongeveer een neuslengte
van de schoen voor de schoen van het rijdende been.
Nadat men de schaats recht op het ijs heeft gezet, gaat men voorwaarts,
buitenwaarts -dus op de buitenkant van de schaats- met een lang gestrekte
boog. Even na het midden van de streek komt men met de schaats rechtop
en gaat men binnenwaarts over. Dit heet de "kantwisseling".
Men komt dan met de rijdende schaats tot de afzet, die dan de inzet is
voor de volgende streek. De streken dienen gelijkwaardig te zijn.
Het front van het lichaam dient de gehele rit in de richting van de baan
te worden gehouden, m.a.w. de lijn van de schouders haaks op de baan.
Doe houding is van belang voor de wijze waarop de jury de rijder ziet.
De lichte kniebuiging, die men bij het begin van de streek maakt, dient
geleidelijk en soepel te zijn.
Na ongeveer 1/3 van de streek dient de kniebuiging ongedaan gemaakt te
zijn en dient ook het vrije been bijgetrokken te zijn. De armen dienen
ongedwongen langs het lichaam gehouden te worden. Het hoofd maakt, zowel
van voren als van opzij, een lijn met het lichaam. Daarnaast helt het
lichaam als het ware met de schaats van het rijbeen mee.
Eén ding staat echter buiten kijf. Want hoewel schoonrijden op kunstijs
allang geen folklore alleen meer is, maar een springlevende sport, leeft
schoonrijden pas echt als er natuurijs ligt. Dan leeft de sport op en
stromen de, toch voornamelijk al wat oudere, nieuwe leden toe. Ga in een
natuurijswinter eens bij een show en/of wedstrijd kijken, u loopt vast
warm voor het schoonrijden.
Landelijke vereniging
Op 9 december 1946 wordt de Landelijke Vereniging van Schoonrijders
opgericht. De belangengroepering kan echter niet voorkomen dat de animo
voor het schoonrijden sterk terugloopt. In de buitengewone strenge winter
van 1962/1963 kent het schoonrijden een opleving. Het aantal deelnemers
aan de wedstrijden ligt ver over de duizend. Maar met de komst van Ard-en-Keessie
ontdekt Nederland de langebaansport en krijgt het schoonrijden het stempel
van "ouderwets gedoe".
De sierlijke schoonrijsport ontdekt begin jaren zeventig de kunstijsbaan.
De zo puur Hollandse sport is niet langer afhankelijk van natuurijs. Er
komt een jaarlijks terugkerend nationaal kampioenschap (sinds 1973) en
men krijgt op de kunstijsbanen van Utrecht, Alkmaar, Dordrecht, Zoetermeer,
Enschede en Heerenveen gelegenheid om te trainen. De hang naar nostalgie
maakt plaats voor het badinerende "ouderwets gedoe". De LVS
groeit van ongeveer zeventig leden naar de driehonderd van nu.
Meer informatie
Voor informatie betreffende klederdracht kunt u contact opnemen met
de heer Butter:
telefoonnr: 0488-412048
e-mail: asbutter@planet.nl
Voor meer algemene informatie is het secretariaat van de LVS te bereiken:
A. Augustinus
Tel. 0346-561172
E-mail hilau@casema.nl
|