Wat is marathon?
Wedstrijdprocedure
Om aan marathonwedstrijden te kunnen deelnemen, moet men minimaal 18 jaar
oud zijn. Ook dient men in het bezit te zijn van een wedstrijdlicentie,
die men via een bij de KNSB aangesloten schaats of ijsclub kan aanvragen.
Er zijn bij het marathonschaatsen vijf verschillende categorieën namelijk:
>>> Dames
>>> Veteranen (40 jaar en ouder)
>>> Heren A (landelijk, ingedeeld volgens prestatie)
>>> Heren B (idem)
Wedstrijdformule Essent Cup
1. De marathoncompetitie zal 16 wedstrijden omvatten van 100 ronden.
De eerste 12 wedstrijden worden op opeenvolgende zaterdagen in oktober, november en december gereden. De 4 wedstrijden van de finaleronde worden op opeenvolgende zaterdagen in februari gereden. Uitzondering hierop is seizoen 2006/2007 als de reeks van de eerste 12 wedstrijden wordt onderbroken door de finale van The Greenery Six op 16 december 2006.
2. Aan de eerste wedstrijd van het seizoen nemen 18 ploegen van 4 rijders deel. Na elke 2 wedstrijden valt één ploeg af. Gevolg hiervan is dat 12 ploegen deelnemen aan de laatste 4 wedstrijden in februari.
In de topcompetitie bepaald het regulaire ploegenklassement de degradatie van de teams.
3. De wedstrijden zullen op zaterdagen tussen 18.00 en 19.00 plaatsvinden. SBS zal hiervan een rechtstreekse uitzending verzorgen. Het is belangrijk dat de wedstrijden altijd op tijd beginnen. Vooralsnog wordt gedacht aan een start om exact 18.00 uur.
SBS is bereid om in dit programma 12 x een samenvatting van 3 minuten uit te zenden van de dameswedstrijden die dezelfde (zaterdag) middag plaatsvinden.
4. Om de marathonsport herkenbaar en duidelijk te kunnen presenteren wil SBS geen wedstrijden voor ploegen. Het ploegenklassement is een afgeleide van de klassering van de rijders.
5. De puntentelling moet eenvoudig te begrijpen zijn voor de kijker. De winnaar krijgt 10 punten, de nummer 2 krijgt 8 punten, de nummer 3 krijgt 7 punten, de nummer 4 krijgt 5 punten en dan vervolgens 4,3,2 en 1 punten. In totaal winnen 8 rijders punten in het individuele klassement.
6. Er wordt geen klassement bijgehouden voor de rijder die in een wedstrijd het vaakst als eerste over de finishlijn rijdt.
a. Iedere rijder of groep rijders die door de meerderheid van de rijders op een ronde wordt gereden, zal de wedstrijd verlaten. Deze regel geldt vanaf de eerste ronde.
b. Om de wedstrijd continue spannend te houden zullen er per wedstrijd maximaal 4 zgn. drieronden sprints plaatsvinden tussen ronde 5 en 75.
Deze 4 drieronden sprints zullen bestaan uit 3 sprintronden, die achter elkaar worden gereden met telkens één tussenronde waarin niet gesprint wordt. Iedere sprint telt afzonderlijk. De winnaar van iedere van de in totaal 12 tussensprints (4 x 3) krijgt 3 punten, nummer 2 krijgt 2 punten, nummer 3 krijgt 1 punt. Deze punten tellen mee voor het spintklassement.
De eerste van de eerste serie van 3 sprints worden verreden als er 15 ronden verreden zijn. De eerste van de tweede serie van 3 sprints worden verreden als er 30 ronden verreden zijn. De eerste van de derde serie van 3 sprints worden verreden als er 45 ronden verreden zijn. De eerste van de vierde serie van 3 sprints worden verreden als er 60 ronden verreden zijn.
De punten die met tussensprints gewonnen worden tellen uitsluitend mee voor het groene pak en dus niet voor het algemeen klassement. Van de rijders in het groene pak wordt een dagklassement en een totaal klassement bijgehouden. De rijder met de meeste punten staat eerste in dit klassement.
De beste 8 rijders in het klassement van de tussensprints zullen premies ontvangen, die op een vergelijkbaar budgetniveau zullen zijn als het algemeen klassement.
c. Voor het algemeen klassement (oranje pak) is op basis van de huidige regels, maar uitgaande van 8 rijders, die respectievelijk 10, 8, 7, 5, 4, 3, 2 en 1 punt winnen, het volgende afgesproken voor iedere wedstrijd:
Indien 8 of meer rijders aan het einde van ronde 90 één ronde voorsprong hebben, dan sprinten de andere rijders af, zodat we een overzichtelijke finale krijgen, die voor de TV kijker goed te begrijpen is
Als er één groep ( minimaal 2, maximaal 7) een voorsprong heeft van één ronde, dan rijdt deze groep de laatste 5 ronden naar de finish. Omdat er nog punten te winnen zijn, gaat de rest afsprinten op ronde 95.
Als er twee groepen een voorsprong hebben van één of meer ronden (laatste groep kleiner dan 8 rijders) dan sprint het peloton op ronde 90 voor de punten, de tweede groep op ronde 95 en de kopgroep uiteraard op 100 ronden.
Als er twee groepen een voorsprong hebben van één of meer ronden, (laatste groep 8 of meer rijders) dan sprint het peloton op ronde 85 voor de punten, de tweede groep op ronde 90 en de kopgroep uiteraard op 100 ronden.
Als één rijder een voorsprong heeft van een of meerdere ronden, dan sprint het peloton op ronde 98 voor de punten.
7. De kleding van de rijders moet ook voor de TV kijker goed herkenbaar en onderscheidend zijn. Om die reden zijn de volgende afspraken gemaakt:
a. Ploegen krijgen opvolgende startnummers, die bestaan uit een letter en een cijfer (1 tot en met 9).
b. De leider van het klassement rijdt in oranje, de beste jongeling rijdt wit, de leider van het sprintklassement rijdt groen.
c. Winnaars van de Elfstedentocht en de regerend Nederlands kampioen rijden in herkenbare tenue.
Wilt u meer weten over marathonschaatsen, dan kunt u ook de site van
de KNSB.nl bezoeken. Vragen kunt u stellen aan marathon@knsb.nl
De historie van het marathonschaatsen
Vanaf het begin dat de mens op schaatsen stond is hij bezig geweest zich
over lange afstanden te verplaatsen. Deed men dit eerst om naaste verwanten
te bezoeken, als handelsman naar de markt te gaan of op een of andere
manier zijn brood te verdienen; na verloop van tijd ging men tochten volbrengen
vanuit prestatie-overwegingen.
Men kan dat gerust de voorloper van het marathonschaatsen noemen, of
zoals de mannen van de lange adem eerst genoemd werden: de super lange
afstandrijders.
Al in de 17de eeuw werden door meestal een enkeling of een klein groepje
tochten gereden. In oude overleveringen wordt al melding gemaakt dat men
in 1621 van Campen over het ijs van de Zuiderzee naar Amsterdam reed en
in 1676 volbrachten vier inwoners van Koog aan de Zaan een twaalfstedentocht;
een afstand van ruim driehonderd kilometer. En er zijn meer verhalen bewaard
gebleven van spectaculaire marathonschaatstochten uit de grijze oudheid.
Georganiseerd werd er echter niets. Wel ontstonden er tal van traditioneel
terugkerende trajecten. De Elfstedentocht in Friesland, maar ook de routes
Amsterdam-Haarlem (en omgekeerd), Amsterdam-Volendam-Marken en Rotterdam-Gouda.
De eerste wedstrijden
Pas eind vorige eeuw kwam er meer lijn in de tochten. Dat gebeurde overigens
niet door de in 1882 opgerichte Nederlandsche Schaatsenrijders Bond maar
door de Friese IJsbond. De KNSB bemoeide zich alleen met het langebaan
schaatsen. In Friesland raakte men er van doordrongen dat er wat moest
gebeuren wilde men veilig en goed kunnen schaatsen. Zodoende werd in 1886
de eerste IJsbond opgericht. In 1891 en 1895 zouden de Zuid-Hollandsche
IJsbond en de IJsbond Hollands Noorderkwartier volgen.
Het betekende een reuzenstap voorwaarts. Er kwamen ijsverordeningen en
vaarverboden. De banen werden over de hele lengte onderhouden en gevaarlijke
plaatsen werden gemarkeerd.
Op de Leidse trekvaart tussen Haarlem en Leiden werd op donderdag 1 maart
1888 door de IJsclub Haarlem en omstreken de eerste lange afstandswedstrijd
georganiseerd: een Internationale afstandsrit op schaatsen voor amateurs.
De winnaar werd Klaas Pander. Achter hem eindigde Pim Mulier, die twintig
jaar later de aanzet zou geven tot de georganiseerde Elfstedentocht.
Hoewel het begrip lange afstandschaatsen zijn intrede had gedaan, zou
het marathonschaatsen pas in de vijftiger jaren echt populair worden,
toen de helden van de Elfstedentocht met hun prestaties bewondering afdwongen.
Behalve een Elfstedentocht, een Elfmerenwedstrijd, een Dorpentocht en
de Noorderrondritten, deden nu ook de zogenaamd rondenwedstrijden (een
betrekkelijke kleine ronde, die verscheidene keren moest worden afgelegd)
hun intrede.
Marathon schaatsen; een volwaardige schaatsdiscipline
Toch zou de definitieve doorbraak van het marathonschaatsen nog eens twintig
jaar op zich laten wachten. Dat gebeurde in het begin van de zeventiger
jaren toen de Elfstedencracks door het uitblijven van natuurijs naar alternatieven
gingen zoeken. Er werden marathonwedstrijden op kunstijs georganiseerd
en een Alternatieve Elfstedentocht op buitenlands ijs.
Na enkele wilde wedstrijden op een onrendabel uur op een heimelijke zondagavond,
kreeg het lange afstandrijden in het seizoen 1971/1972 wat meer body toen
de IJsclub Eindhoven drie wedstrijden op het programma zette, waaronder
het officieuze kampioenschap marathonschaatsen van Nederland. Eind 1973
benoemde de KNSB een ad hoc commissie die in het lange afstandschaatsen
meer lijn moest brengen. Het marathonschaatsen kreeg een jaar later zijn
definitieve vorm en naam.
Sponsors zagen er vervolgens wel brood in. Heineken kwam met zijn schaatsfestijn
en organiseerde een achttal wedstrijden, wat leidde tot een jaarklassement
met bijbehorende trofee. Een formule die sindsdien, zij het onder verschillende
namen (AEGON Trophy, UNOX Cup) jarenlang werd gehandhaafd. Het marathonschaatsen
nam een ongekende vlucht, met als hoogtepunten de Elfstedentochten van
1985, 1986 en 1997.
Internationalisering
Sinds 1973 wordt er in ijszekere landen een Alternatieve Elfstedentocht
georganiseerd. Aanvankelijk werd het Noorse Mjösameer daarvoor uitgekozen;
tegenwoordig rijdt men alternatieve elfstedentochten in Finland, Oostenrijk
en Canada. De ijsclubs Ankeveen, Giethoorn en Maasland (AGM) waren de
initiatief nemers voor het organiseren van een Open Nederlands kampioenschap
(ONK) op de Plansee in Oostenrijk. Nu wordt het ONK door de KNSB georganiseerd
op de Weissensee. De Weissensee, eveneens in Oostenrijk is populair bij
de Nederlandse schaatstoerist, hier wordt al jaren een alternatieve
elfstedentocht georganiseerd.
|